Independent music distributor · Since 2002
Sign in Register

[SIC] S/T

Year2012
FormatCD
StyleRock / Experimental
AvailabilityIn stock
12.00 €Buy

Description

[sic] is an energetic instrumental band that mixes aggressive but catchy bass riffs and hyperkinetic drums with freaky melodies and saxophone noise. Think Zu, The Ex & Battles with a twisted mind. An impressive live-experience!

[sic] is Lieven Eeckhout – bass; Mattijs Vanderleen – drums; Thomas Van Gelder, Eva Vermeiren, Bertel Schollaert – saxophones

Press

Da Music (NL · Marc Alenus · 29/01/2013)

Het hoogste wat bands, die instrumentale muziek spelen, ooit kunnen bereiken dezer dagen is dat hun muziek wordt gebruikt als tune van een populaire serie of film. Vroeger lag dat wel anders. In de jaren zestig en zeventig zijn verschillende ‘themes’ doorgestoten tot in de hitparade en zelfs in de jaren tachtig had je nog hits als Crockett’s Theme van Jan Hammer en Axel F van Harold Faltermeyer.

Of zulks de jongens (en één meisje) van [sic] ooit te beurt zal vallen, betwijfelen we. Hun muziek is dan ook hoogstens geschikt voor een serie over psychiatrische klinieken of als soundtrack bij een duizelingwekkende afdaling in het wielrennen of een chaotische formule 1-race.

Met een ongewone samenstelling van bas, drums en vier (4!) saxofoons is [sic] alleszins een belevenis. De groep smijt zich in acht nummers op zijn titelloze album met veel energie en mengt agressieve, maar soms catchy basriffs, hyperkinetische drums, nerveuze elektronica en veel saxofoon.

DiB en MIV vliegen er meteen stevig in, maar MnL komt trager op gang en is in vergelijking met de rest van de plaat een braaf nummer. 1N borrelt als een geiser en spuit dan een verzameling saxtunes in je gezicht, die je heen en weer van een politieserie uit de seventies naar een big band sturen. Tussendoor vermalen de drums vakkundig alles tot splinters.

KiYb heeft grommende bassen die wel van James Blake konden zijn en sluipende saxen die onheil doen vermoeden. Mocht Darth Vader nog een begrafenismars zoeken voor zichzelf…

In M**R overweegt het rockgevoel en komt Zu inderdaad heel dichtbij, terwijl in N9 de jazz weer overheerst en de band op het eind in totale chaos uitbarst.

[sic] maakt dus niet-alledaagse muziek voor liefhebbers van buitengewone muziek. Wie beweert dat er in België niets spannends meer gemaakt wordt, heeft nog niet met hen kennis gemaakt.

Enola (NL · Guy Peters · 17/12/2012)

Volgens sommige leeftijdsgenoten, luiaards die de wil om nieuw spul te ontdekken zo ongeveer na het verschijnen van Pearl Jams Vs. hebben opgegeven, valt er dezer dagen weinig te beleven op de Belgische en buitenlandse podia. Gelukkig weten we wel beter, want nadat het eclectische sextet [sic] (ontsproten aan Bl!ndman en ook wel bekend als [sic] electric) ons live al wist te overtuigen, volgt nu ook de eerste langspeler, en die mag er zijn. Deel zoveel in het boeiendste Belgische muziekjaar sinds Freddy Sunders toptijd bij het BRT-orkest.

Zeker toen we [sic] in het voorprogramma zagen van het Glenn Branca Ensemble, eind 2011 in de 4AD, stonden we er even met een opengevallen bek bij: de 4 saxen zaten hechter dan ooit, spetterden er gezamenlijk op los met toch voldoende ruimte voor individuele razernij, terwijl de ritmesectie kronkelde, nu eens onvoorspelbaar en met de oncontroleerbare tics van een gewond dier dan weer vertrouwd spelend met donker rollende of verrassend dansbare grooves. Het was alsof de band daar, op dat moment, z’n draai gevonden had en de laatste hand legde aan wat komen ging.

De namen die toen (en de keren ervoor) in ons opdoken, zijn ook nu van de partij bij het beluisteren van de titelloze plaat, al is er meer aan de hand dan een flets afkooksel van voorgangers. De sci-fi geluiden en stompende drums van opener “DiB” doen meteen denken aan Battles maar het is geen aanleiding tot het construeren van een cartooneske Mars Attacks!-uitspatting. Eerder een potig potje punkjazz, met een bas die zo weggeplukt lijkt uit Zu’s Carboniferous. Zo hard, confronterend en moeilijk als het Italiaanse trio wordt [sic] nooit, maar de blaaspartijen, waarbij zowat de volledige saxfamilie betrokken wordt, zijn catchy als de beste 70s soundtracks.

In “MIV” wordt wat meer gelonkt naar de spetterende gekte, inclusief merkwaardige ritmewendingen van X-Legged Sally, maar het wordt allemaal compact en recht voor de raap gehouden. Soms bijna gewoontjes. Door de potige ondergrond doet het nu en dan ook wat denken aan Zorns Moonchild, maar ook deze band reduceren tot een Zorn-acoliet, zou te makkelijk zijn. Het heeft ook wat van de avant-jazz van Hal Russels NRG Ensemble maar de rockinvloed weegt sterker door, wat vooral opvalt in het middenluik van de plaat.

In “IN” wordt een merkwaardig stuk opgebouwd dat zich ophoudt in de zone tussen avant-garde rock en de intro van een flikkenserie, met saxen die een lekker eindje wegblazen alsof ze rechtstreeks overgevlogen zijn uit een of andere klassieke big band. “KiYb” is dan weer een heel ander beest, sudderend in diep basgegrom en met minimalistisch blaaswerk dat pas na verloop van tijd openvouwt tot een slome elegantie die evenveel euforie als doom is. Een indrukwekkend, meeslepend moment, goed om de koppen te laten heen en weer deinen als een in slow motion beukende metronoom.

Het afsluitende “DrN” doet iets gelijkaardigs met een trage aanpak. Komt het wat moeizaam op gang, dan kent het wel een behoorlijk heftig einde, dat de band op z’n bruutst en avontuurlijkst laat horen. Heel even blijft er weinig over van die gestroomlijnde aanpak. Voor wie het allemaal niet zo tegendraads moet, zijn er altijd nog de meer toegankelijke (nu ja, voor onze voormalige vriend uit de inleiding is het vast allemaal te zot) stukken als “M**R” en “N9”, waarin de zes een grotere cohesie vertonen, al is de eindchaos in dat laatste stuk ook behoorlijk intens.

[sic] mankeert vooral nog de explosiviteit van de concerten. Niet dat het een tegenvallend album is, maar het is in die live context dat de originele sound en aanpak van de band het best tot z’n recht komt. Natuurlijk is er ook geen enkele huiskamerbeluistering die een goed concert kan evenaren. Wie iets anders beweert, liegt. Tot u de kans krijgt om [sic] (nog) eens aan het werk te zien, is [sic] echter een degelijk alternatief dat de honger naar meer ongetwijfeld aanscherpt.

Kwadratuur (NL · Koen Van Meel · 16/12/2012)

Echt middle of the road is de bezetting van het Belgische [sic] niet te noemen. Met bas, drums en vier saxofonisten lijkt de groep zich op papier dan ook eerder in de jazzsector te bewegen, al passen de riffs en het zware geluid dat bij momenten wordt bovengehaald minstens even goed in de meer duistere krochten van de rock, zij het dan wel de louter instrumentale.

Overdreven pretentieus is het titelloze debuut van [sic] niet geworden. Met iets minder dan veertig minuten hebben de muzikanten zich zeker niet overtild. Een ep was echter nog een betere optie geweest, aangezien ‘[sic]’ eerder traag op gang komt. De eerste helft van de plaat speelt de band misschien dan wel strak en technisch in orde, maar de asymmetrische maatsoorten, vreemde melodische kronkels en de hoekige ritmiek klinken eerder als ongevaarlijke, academische spitsvondigheden.

Verontrusten is er in de eerste vier nummers nooit bij, hoe donker de monotoon repeterende bas ook probeert te klinken. Daarvoor zijn de muzikale structuren te doorzichtig en de composities te mager. De saxofonen zitten opgesloten in homoritmisch keurslijf en spelen veelal unisono, in octaven of hoogstens in wel erg voor de hand liggende harmonisaties. De eerste stukken klinken als uit de kluiten gewassen intro’s, waarbij de luisteraar vruchteloos op meer zit te wachten. De eigenaardigheid van de vier saxen verslijt immers snel en wordt aanvankelijk niet door iets anders ingevuld.

Dat verandert gelukkig vanaf ‘KiYb’ waar de groep in een morbide Painkiller-sfeer terecht komt. Hier wordt de samenklanken waarin de saxen te horen zijn plots rijker: van hol tot meer uitgewerkt, waarmee de muziek meteen ook meer gaat evolueren. In ‘M**R’ en het rockende ‘N9’ (inclusief ronkende en smorende bas) wordt de compositie nog beter uitgewerkt door de homogeniteit bij de blazers te doorbreken en door met meer verschillende thema’s te werken. In het eerste stuk schuiven de saxen op het einde canonisch over elkaar en in het laatste mogen ze zelfs helemaal vrij en loos gaan, waardoor [sic] voor de eerste keer echt de leiband aflegt. Bovendien zoeken de blazers in deze nummers ook het randje tussen zuiver spelen en grof overblazen op, waardoor ook het klankpalet van de band verrijkt wordt.

Deze ruwheid kleurt ook het afsluitende ‘DrN’ waar de muziek geleidelijk aan jankend omhoog gestuwd wordt, opnieuw in een beter uitgewerkte akkoordstructuur. Waar de luisteraar een halve plaat op heeft moeten wachten, krijgt ie op het einde ruimschoots op zijn bord. Het wachten wordt dus beloond, al had het niet zo lang moeten duren.

Music in Belgium (FR · François Becquart · 06/12/2012)

Imaginez que Soft Machine revienne aux affaires, que ses musiciens soient passés dans une machine à rajeunir et qu'on leur inocule dans le cerveau un condensé de la musique expérimentale et avant-gardiste de ces trente dernières années. Il y a fort à parier que ce résultat donnerait les musiciens de [SIC], un collectif gantois qui se plonge sans vergogne dans l'exploration d'un jazz progressif à consonances métalliques et à l'hyper-énergie dévastatrice.

Les spécialistes appellent ça du jazzcore, soit mélange de jazz et de hardcore, un truc qui sort résolument des sentiers battus et qui remet quelques pièces de plus dans le grand bastringue de la musique, dans ce qu'elle a de plus fou et de plus interrogateur. Le style ouvertement déstabilisant de [SIC] n'est pas sans rappeler d'autres savants fous comme les Italiens de Zu ou les Alsaciens de Myself et leur premier album va incontestablement plaire aux amateurs de bizarre, de décalé, de bruitisme technique et de pulsion stratosphérique transformée en énergie primale.

Lieven Eeckhout (basse), Mattijs Vanderleen (batterie) et les saxophonistes Eva Vermeiren, Bertel Schollaert, Maarten Jan Huysmans et Thomas van Gelder ont investi le Muziekcentrum de Courtrai en février 2012 pour élaborer sous la production de Hein Devos une huitaine de titres portant tous des noms en provenance d'une autre dimension : "DiB", "MIV", "MnL", "1N", "KiYb", "M**R", "N9" et "DrN". Est-ce là la formule moléculaire de l'éthylophosphate de camembert ou le code secret des coffres de Goldman Sachs en Suisse ? On n'en sait rien mais ce qui est sûr, c'est que les bonshommes de [SIC] ont la cervelle plutôt en ébullition, balançant des rythmiques électro saturées et carrées sous un lit de nappes de saxophones qui tiennent à la fois du jazz rigoriste et de la furie incontrôlée.

On ne peut s'empêcher de percevoir néanmoins, sous cet amoncellement de sonorités anarchiques, des lignes rythmiques savamment maîtrisées. Le groupe sait toujours où il va, parsemant son chemin apparemment hiératique de petits cailloux qui lui permettent de toujours revenir d'où il est parti. Les parallèles que l'on peut faire avec de grands précurseurs des Seventies comme Soft Machine, Bob Downes ou Keith Tippett apportent un gage de qualité à l'ensemble, capable à la fois de faire surgir de son instrumentation un classicisme jazz fusion et une expérimentation futuriste. Il n'y a évidemment aucun chant là-dedans, on est dans un laboratoire, pas dans une émission pour enfants.

Bref, vous l'aurez compris, [SIC] est hautement recommandable à tous les aventuriers du son, les pervers de l'anti-accord, les tueurs de groupes folk et les ennemis des mélodies bien rangées. Mais dans son genre, c'est grandiose.

From the same artist